Richtlijnen scriptie en meesterproef
Scriptie (5stp) Derde fase van de bachelor en Verkorte bachelor
De scriptie is een afgerond en zelfstandig werkstuk over een theologisch of godsdienstwetenschappelijk onderwerp uit één van de hoofddisciplines (bijbelwetenschap, dogmatische theologie, theologische ethiek, geschiedenis van kerk en theologie, pastoraaltheologie, religiestudie), maar verschillend van de hoofddiscipline in scriptie 1. De scriptie telt 15 pagina's (7.500 woorden). Niet-theologische of godsdienstwetenschappelijke onderwerpen in domeinen verwant met de theologie of de religiestudie (zoals kerkelijk recht, godsdienstpsychologie, godsdienstsociologie) komen enkel in aanmerking als ze theologische of godsdienstwetenschappelijke reflectie mogelijk maken. De onderwerpen die studenten gekozen hebben, worden eerst voor bespreking aan de afdelingen voorgelegd en vervolgens door de betrokken onderwijscommissie vastgelegd.
De scriptie staat voor vijf studiepunten. Tijdens de examenperiode is er een feedbackmoment waarbij de student de gelegenheid krijgt zijn/haar werk voor te stellen; nadien ontwikkelt zich een evaluatief gesprek tussen student, promotor en corrector. Hierbij mag de kritische en objectieve beoordeling niet voorbij gaan aan het te bieden perspectief van progressie. De promotor en de corrector geven op voorhand op basis van de lectuur van de scriptie elk onafhankelijk een punt op twintig. Daarnaast wordt het feedbackmoment gezamenlijk geëvalueerd via een gemeenschappelijk punt dat promotor en corrector overeenkomen na het gesprek met de student. Dit gemeenschappelijk punt zal 1/3 van de beoordeling innemen.
Masterproef (Master of Arts in de Godgeleerdheid en de godsdienstwetenschappen)
De verhandeling staat voor 16 studiepunten en wordt ingediend mits instemming van de promotor. De verhandeling wordt beoordeeld door de verhandelingscommissie (de promotor en twee correctoren)*. De som van de gegeven punten bedraagt 100 (promotor 40, correctoren, elk 20 en een gemeenschappelijk punt 20). Bij de beraadslaging over de verhandeling wordt een weging toegepast die overeenkomt met 40% van het totaal aantal
punten. Studenten die met studieduurverkorting in de initiële master instromen, schrijven een uitgebreide scriptie (16 pt.) van ongeveer 40 bladzijden (20.000 woorden). Hetzelfde geldt voor studenten die na de derde studiefase bachelor beslissen om van onderwerp en/of promotor te veranderen.
De student presenteert zijn/haar verhandeling. Hij/zij zet de probleemstelling uiteen, geeft een overzicht en beoordeling van het onderzoek en formuleert de belangrijkste onderzoeksresultaten. Daarna volgt een discussie, waarin de promotor, de correctoren en eventueel de andere toehoorders vragen en opmerkingen kunnen formuleren. De gehele sessie duurt 45 minuten, waarvan er 15 minuten voorbehouden zijn voor de presentatie van de student.
* De verhandelingscommissie wordt opnieuw samengesteld. De corrector van de scriptie in de derde studiefase van de bachelor behoort niet automatisch tot de verhandelingscommissie in de initiële master.
Masterproef met publieke presentatie (Master in de gespecialiseerde studies in de godgeleerdheid en de godsdienstwetenschappen)
De masterproef (20 studiepunten) wordt na goedkeuring door de promotor voorgelegd in het jaar dat de student zich inschrijft voor de examens voor het behalen van de academische graad van Master in de gespecialiseerde studies in de godgeleerdheid en de godsdienstwetenschappen. Op dit opleidingsonderdeel wordt een weging toegepast die overeenkomt met 40% van het totaal aantal punten. De masterproef wordt beoordeeld door de promotor (40 punten) en twee correctoren die de masterproef elk op 20 punten beoordelen. Het gemeenschappelijke cijfer is de weergave van een gezamenlijke evaluatie van de thesis en de publieke presentatie (20 punten).
De student presenteert zijn/haar masterproef in een openbare lezing van 30 minuten. Hij/zij zet de probleemstelling uiteen, geeft een overzicht en beoordeling van het onderzoek en formuleert de belangrijkste onderzoeksresultaten. Daarna volgt een discussie, waarin de promotor, de correctoren en de andere toehoorders vragen en opmerkingen kunnen formuleren. De gehele sessie duurt ongeveer één uur.
Indiendata
Scriptie, verhandeling en onderzoeksscriptie worden ingediend op de data bepaald in de academische kalender.
Alle benodigde exemplaren worden ingediend op het onderwijs- en studentensecretariaat; de promotor ontvangt zijn/haar exemplaar via het onderwijs- en studentensecretariaat. Aantal in te dienen exemplaren: één exemplaar voor de studenten van de tweede studiefase bachelor, drie exemplaren voor de studenten van de derde studiefase bachelor en drie exemplaren voor de studenten die een verhandeling of een onderzoeksscriptie maken. Indien er een copromotor is, moet een extra exemplaar worden ingediend via het onderwijs- en studentensecretariaat.
