U bent hier: Faculteit Theologie en Religiewetenschappen Studenten Indiablog Indiablog 2012 - Dag 11

Indiablog 2012 - Dag 11

Van 21 januari tot 19 februari 2012 maken 21 studenten van de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen (KU Leuven) een studiereis doorheen India. Tijdens de reis zullen ze uitgebreid kennismaken met de religieuze rijkdom van dit fascinerende subcontinent. Op deze blog brengen zij dagelijks verslag uit van hun ervaringen...

Om hun belevenissen ook via facebook te volgen, klik op

Dag 11 - Dinsdag 31 januari 2012

Een dagje in Sarnath
De ochtend komt meestal een beetje te vroeg, en dit was deze ochtend niet anders. Wegens een kleine misrekening in tijdzones, ging mijn GSM (Belgische tijd) om 6u Indische tijd af, in plaats van om 7u30. Na een tweetal keer ‘snoozen’ (om het met een postmodern leenwoord te zeggen) werd de wekker definitief afgeduwd en stelden we al ons ochtendhumeurig vertrouwen in de wekpersoon van dienst. Toen om 7u40 een bluesachtig lawaai de gang vulde, en de tonen van het nummer (naar de beschrijving van de bebaarde mondharmonicaspeler – die verder anoniem wenste te blijven maar die we graag vermelden onder het pseudoniem Prof. ‘Bird’ ) ‘Tatatatatitididididee...tatamtataaa!’ gespeeld werden, was het tijd om de slaap uit onze ogen te wrijven, en de ochtend te groeten. Er stond ons een drukke dag te wachten, die gevuld zou worden met een grote portie cultuur en religie, op een bedje van tempels en een toefje kitsch als dessert.

De moederschoot van het boeddhisme
Met de zon in onze ogen en de nodige ingrediënten voor een mooie dag in onze rugzak, stapten we om 8u30 ’s morgens vol goede moed de bus op.



Er heerste een halve schoolreissfeer toen twee jolige jongedames de busrit poogden op te leuken met het gezang van de nodige klassiekers (je weet wel, dat nummer van die boom op die berg, van die zon die zakte in de zee, en ook dat van dat huisje met een vensterraam in het bos). De trip ging naar Sarnath, een stadje op 12km van Varanasi dat ook wel ‘de moederschoot van het boeddhisme’ wordt genoemd. Sarnath is aan die naam gekomen omdat de Boeddha er zijn allereerste preek gaf, waarin de twee basisleerstellingen van het boeddhisme werden voorgesteld: de vier nobele waarheden en het achtvoudig pad. (De semi-intellectuelen onder jullie kunnen hun kennis verruimen door naar volgende adressen te surfen om hierover wat bij te leren: http://nl.wikipedia.org/wiki/Vier_nobele_waarheden en http://nl.wikipedia.org/wiki/Het_Achtvoudige_Pad). Onze gids stapte halverwege het drukke verkeer op onze bus, waar in koeien van letters TOURIST op vermeld staat, kwestie van de aandacht niet nog meer op ons te vestigen. Onderweg zagen we weeral de typische taferelen van het grote land waarin we verblijven... Het land van kleurige sari’s, veel stof, riksja’s, veel stof, getoeter, veel stof, nog meer getoeter en vooral kleurige glitterende ‘debardeurekes’ - één van onze buschauffeurs had zo’n dennegroen glitterend exemplaar aan, voor de geïnteresseerde fashionista’s onder ons! Eindelijk aangekomen in Sarnath betraden we eerst de Mulghanda Kuti Vihara, een boeddhistische tempel. In deze tempel zijn hele mooie fresco’s over het leven van de Boeddha aanwezig en valt ook een gouden boeddhabeeld te bewonderen. De fresco’s spraken enorm tot de verbeelding. Ze leken in sommige taferelen op een horrorfilm uit de jaren 80: de boeddha wordt er immers aangevallen door weerwolfachtige wezens in pastelkleuren, een ware ‘must see’!



Voorts was er op hetzelfde domein nog een nazaat van de enige échte bodhi-boom te bezichtigen. Dit is de boom waaronder de Boeddha -toen nog gewoon ‘Siddharta voor de vrienden’– in Bodh Gaya de verlichting bereikte. (Over enkele dagen trekken we naar Bodh Gaya toe!) De tocht werd verdergezet naar de archeologische site waar we enkele geschiedkundige pareltjes konden aanschouwen. De Dhamek Stupa, bijvoorbeeld, duidt de plaats aan waar de Boeddha zijn allereerste preek gaf aan vijf asceten, die dan ook meteen de vijf eerste boeddhisten werden. De Dhamek Stupa is een heel groot bouwwerk (42 meter boven en 9 meter onder de grond).





Het is ook een pelgrimsoord. Rondom deze stupa zagen we heel wat Tibetaanse pelgrims witte sjaals, met daaraan een steen en wat munten, gooien. Anderen liepen of kropen om de stupa heen. Voorts was er op deze site ook een stuk van de bekende Ashokapilaar te bezichtigen. Het bovenste deel ervan ligt in het nabijgelegen museum. Deze pilaar is erg bekend: hij is het nationale symbool van India en wordt afgebeeld op alle roepiebriefjes en munten. Na dit archeologische uurtje verhuisden we even naar een Tibetaanse tempel waar op het eerste zicht niet uitermate veel te zien was, behalve de gekende kleurigheid van Tibetaanse tempels die het hart van elke kitschliefhebber sneller doet slaan. Nader onderzoek leerde echter dat er achteraan in deze tempel toch iets bijzonders te bekijken en bezoeken was: een gigantisch boeddhabeeld van ongeveer 4 meter hoog, heel imposant en mooi.




We lieten deze tempel na een kort bezoek weer achter ons. De volgende stop was het archeologisch museum dat de al genoemde Ashokapilaar en een uniek boeddhabeeld te bieden had. We ruilden het stoffige museum al vrij snel in voor wat ‘shopplezier’. Nu we een fortuin aan roepies in ons bezit hadden, werd het voor sommigen een ware slachtpartij in de portefeuille. Anderen zijn al meesters geworden in het spel van ‘No, no, no, 300 roepies is too much... I’ll give you 50!’, nog anderen hielden het rustig bij een zakje chips en een flesje cola. Na dit shopkwartiertje gingen we met de bus op weg naar de wondere wereld van het middagmaal. Sommigen hielden het braafjes bij gebakken rijst met groentjes, anderen waagden zich aan een groene brij met vettige pannenkoekjes en kippenbouten. In India is het altijd een beetje spannend welke maaltijd je zult voorgeschoteld krijgen, of hoeveel cola 30 roepies oplevert. (Deze middag kregen sommigen 200ml terwijl anderen voor dezelfde prijs een flesje van 600ml kregen, maar … cola is cola, en suikerverslaafde westerlingen die we zijn, maakt ons de hoeveelheid maar bitter weinig uit.)

Een charismatisch man in een ashram
De bus bracht ons terug naar Varanasi waar we een christelijke ashram zouden gaan bezoeken. Een ashram is een plaats waar mensen op zoek gaan naar God; het lijkt een beetje op een klooster, maar dan toch ook weer niet, gezien het open staat voor iedereen. Onderweg naar de ashram zagen we vanuit ons busraampje tussen alle starende ogen en zwaaiende kinderen plots het bekende gezicht van één van de jongens van de dovenschool waar we gisteren heen gingen. Het was een toevallig maar tof treffen in zo’n grote stad.



Eens aangekomen in de ashram werden we begroet door een ietwat oudere man, met langer donkergrijs haar en een witte baard. Zijn ogen waren levendig en groot, zijn aanblik was gelukkig en uitnodigend. ‘Dat bedoelen ze dan met een charismatisch leider’, dacht ik. We volgden hem naar een kleine gebedsruimte en deden voor de miljoenmiljardste keer onze schoenen uit voor we het gebouw betraden. (In deze zin kan u een lichte vorm van overdrijving terugvinden, :) ) De man gaf ons een korte uitleg over de ashram. We kregen daarna een compliment over het feit dat we allemaal zo goed op de grond konden zitten.




Naar ons gevoel hing er in die ashram een vreemd sfeertje. Tal van zaken bevestigden dit aanvoelen. Op een bepaald moment zong de man voor ons een lied in het Hindi en wij zongen na, met de ogen toe, flink op de grond zittend. Hij leidde ons rond in de verschillende plaatsen van de ashram en overal kwamen we relatief bevreemdende afbeeldingen van Jezus tegen. Op de ene afbeelding zat Jezus in de lotushouding, en in de andere ruimte leek hij meer op Jezus Hasslehoff in plaats van Jezus van Nazareth. Ondanks de vreemde sfeer, waar ik mijn vinger maar niet op kon leggen, was deze plek ook heel innemend. De man nam ons verder mee naar een klein departementje van de ashram, ‘the centre for the mentally apaired’. Daar leefden vijfentwintig mensen, die het psychisch wat moeilijker hebben, samen met drie zusters. De twee kernwoorden van dat centrum waren medicatie en liefde. Er werd heel erg sterk de nadruk gelegd op het geven van liefde. Dat gegeven strookte niet echt met de mistroostige aanblik van het centrum en met het feit dat de nare geur, die er moet geheerst hebben voor onze komst, nog snel verdoezeld was met een hele bus luchtverfrisser. Desalniettemin leek het centrum wel een stevige houvast voor de patiënten die daar aanwezig waren. Na het bezoekje aan het centrum kregen we nog een tasje thee en vertrokken we alweer naar/voor de laatste stop van de dag.

Satanslangen met flikkerende ogen en een discograf
De hobbelige busrit - eerlijk waar, de slechte staat van sommige Belgische wegen en de 1000’en wegenwerken zijn niets vergeleken met het aantal putten in de Varanese wegen – bracht ons bij de laatste stop van de dag, de kathedraal van Varanasi. Het was – naast Nav Sadhana, de plek waar we acht dagen verblijven – één van de enige keren dat we ‘ons vertrouwde christendom’ zouden te zien krijgen, althans, dat dachten we... Onder de kathedraal liep een tentoonstelling ‘The Bible Exhibition’. Ik ben persoonlijk wel een vriend van de bijbel, dus ik keek hier wel naar uit. Hetgeen ik te zien kreeg, kon mij echter in zoveel meer wijzen bekoren dan ik ooit had kunnen hopen. We werden allemaal in een donkere gang gezet, waar we moesten wachten. De drie begeleidende jongens drukten op de knop en het spektakel begon. Meli-gewijs werden we voorbij enkele bijbelse taferelen gestuurd die aan de hand van lichtjes en geluidseffecten een verhaal uitbeeldden. De dialogen waren in het Hindi, en dus voor ons onbegrijpbaar, gezien onze kennis niet veel verder reikt dan ‘Namaste’. Het begon allemaal met het begin – het scheppingsverhaal. Dat verhaal werd begeleid en geïllustreerd door geluiden van de zee en van krijsende dieren. We gingen over naar het zondevalverhaal van Adam en Eva. Zij werden verleid door een slang met een baard en roodgroenblauw flikkerende ogen en een bulderlach.



Voorts passeerden nog heel wat bekende bijbelse taferelen en telkens werden ze op kitscherige wijze versterkt door starwarsachtige geluiden en lichteffecten. Het was een fenomenaal gebeuren voor de liefhebber van goedkope special effects en kitsch, zoals ikzelve. Sommige leden van de groep vonden het ‘eng’ of ‘saai’, een kleine rest vond het geweldig. Het moeilijkste voor ons was, om bij het gebeuren van dit alles (zoals bijvoorbeeld een lamme die wordt neergelaten uit de hemel, of een Jezus die achtbaansgewijs zijn kruis de berg op draagt terwijl simultaan ermee, op een jaren 80-geïnspireerd Indisch deuntje, een papyrusrol wordt ontrold waarop Jezus’ hoofd te zien is in een brandend vuur) ons gezicht in de plooi te houden en het gebeuren met dezelfde ernst te benaderen als de aanwezige Indiërs dat deden. Toen we tijdens de kruisiging Jezus’ bloed door middel van laserstralen uit zijn wonden zagen lopen, dachten velen dat het toppunt bereikt was. Dat was even fout gedacht, want op hetzelfde moment weerklonken donderslagen; een flikkerlicht, dat de bliksem imiteerde, werd opgezet en de grond begon letterlijk te beven. Na de kruisiging gingen we over naar het tafereel van het lege graf. Daar begon plots een stroboscoop te flikkeren; boven het graf verscheen, begeleid door Indische discobeats, een Jezusbeeld met gekleurde knipperlichten … Na deze mindblowing ervaring werden we langs een stalletje geleid waar menig theologiestudent zijn hart kon ophalen bij het kopen van stickers met opschriften als ‘JESUS NEVER FAILS!’, barbieroze paternosters en bedeltjes in hartjesvorm met Jezus’ hoofd erop.



We wilden na ons bezoek aan dit kitscherige paradijs de eigenlijke kathedraal nog bezoeken. Toen bleek dat die op slot was, wat dat een ware anticlimax! De terugreis naar Nav Sadhana verliep in zeer opgelaten stemming. Eens we daar aangekomen waren, begonnen sommigen nog wat spelletjes te spelen op de gang, terwijl anderen hun kamer NOG huiselijker trachtten te maken (ruik ik daar een vleugje heimwee naar moeders nestje?) met al hun pas verworven souvenirs en prulletjes. De kok(kin?) van Nav Sadhana verwende ons tijdens het avondmaal met heuse spaghetti (het is écht een topdag, a-mai!) en pindanootjes. Daarna gingen we rustig slapen want morgen is het (onmenselijk) vroeg dag!

Mieke