Onderzoekseenheid Geschiedenis van kerk en theologie - Nieuwe Tijd
In de studie van de nieuwe tijd legt de onderzoekseenheid zich toe op twee zwaartepunten. Klassiek wordt veel aandacht besteed aan de augustiniaans gekleurde genadeleer die het denken van de Leuvense theologen sinds het begin van de zestiende eeuw in toenemende mate beheerste en die de magistri uiteindelijk in conflict bracht met de jezuïeten. In het verlengde daarvan wordt onderzoek verricht naar de posities van de Leuvense godgeleerden tijdens de jansenistische controverse, in de laatste decennia van de zeventiende en de eerste jaren van de achttiende eeuw (Mathijs Lamberigts en Wim François).
Een tweede zwaartepunt betreft de plaats die de Bijbel in de zestiende eeuw innam in het Leuvense theologische onderricht en in het geloofsleven van de leek in de Lage Landen. Zo wordt er onderzoek verricht naar de houding van de theologen ten aanzien van de relatie tussen Schrift en Traditie, ten aanzien van Bijbeledities in de heilige talen en in de volkstaal, maar ook naar Bijbelcommentaren die uit de pen van de godgeleerden voortkwamen en een belangrijke getuige van een Leuvense school van augustiniaanse Bijbelexegese blijken te zijn (W. François).
Op beide vlakken is het onderzoek nauw verbonden met de activiteiten van het Centrum voor de studie van Augustinus, augustinisme en jansenisme.
