Onderzoekseenheid Theologische Ethiek

Onderzoeksprofiel


schema

Het onderzoek van de Afdeling Theologische Ethiek legt zich toe op de bemiddelende rol die de ethiek vervult in de complexe verhouding tussen christelijke (en joodse) levensbeschouwing en samenleving. Drie elementen worden voortdurend op elkaar betrokken: christelijke levensbeschouwing, pluralistische samenleving en ethiek.
De methodologische aanpak is gebaseerd op het samenspel tussen fundamentele en toegepaste ethiek. De studie van een welbepaald ethisch toepassingsveld staat nooit op zich, maar wordt steeds benaderd vanuit en teruggekoppeld naar de christelijke levensbeschouwing en het maatschappelijk functioneren. Op deze manier draagt de verworven ethische expertise bij tot de verfijning en uitdieping van het fundamenteel antropologisch en ethisch uitgangspunt, en vice versa. Het gaat daarbij steeds om een ‘verankerde ethiek’, die ook (mens)wetenschappelijk onderbouwd is.

I. Fundamenteel moraaltheologisch onderzoek


Het fundamenteel moraaltheologisch onderzoek wordt onderbouwd vanuit bijbel-theologisch, historisch, antropologisch, menswetenschappelijk en hermeneutisch perspectief. Centrale domeinen en vragen in het fundamenteel moraaltheologische onderzoek dat momenteel gebeurt, zijn:

1. Bronnen van de ethiek

De bronnen van christelijk geïnspireerd ethisch denken: bijbel, traditie, gezag en menselijke ervaring:

  • Een filosofische hermeneutiek van de Schrift als mogelijkheid voor een reflectieve en dialogale christelijke ethiek.
  • Een systematisch historisch onderzoek naar de geschiedenis van de theologische ethiek.
  • De rol en betekenis van de traditie en het magisterium in een christelijk geïnspireerde ethiek.
  • Voorwaarden voor relevante ethische ervaringen.

2. Ethische modellen en concepten

  • De aanwezigheid van verschillende ethische modellen binnen de christelijke traditie: deontologie, teleologie, dialogaal en sociaal personalisme.
  • Het ‘Leuvens personalisme’: belang van L. Janssens’ denken voor hedendaagse ethische vraagstellingen.
  • De ontwikkeling van ethische basisconcepten en denkmodellen zoals ontisch en moreel kwaad, ethisch goed en ethisch juist, waarden en normen.

3. Antropologische grondslag van de christelijke ethiek

Onderzoek naar de antropologische fundering van de ethiek:

  • De inhoud van het christelijke liefdesbegrip: ‘eros’ en/of ‘agape’?
  • Zelftranscendering of appèl van de ander (l’autre) als mogelijkheidsvoorwaarde voor onbaatzuchtigheid: Augustinus, Levinas.
  • De relevantie van de Levinasiaanse categorie van het Verlangen (le Désir) voor de christelijke idee van de onbaatzuchtigheid.
  • Mogelijkheid van een ethiek vanuit het zelf na de kritiek op het moderne subject.
  • De verhouding tussen ‘zorg voor het zelf’ en ‘zorg voor de ander’ vanuit het filosofische denken van Levinas en Ricoeur.
  • De omschrijving van de mens als ‘persoon’ en imago Dei in de christelijke traditie.

Doctoraatsprojecten

Post-doctoraal onderzoeksproject

4. Christelijke ethiek tussen universaliteit en particulariteit

  • De discussie over het statuut van een christelijk geïnspireerde ethiek: autonome ethiek in christelijke context of geloofsethiek?
  • Narratieve en hermeneutische ethiek: narratieve ethiek als toetssteen voor de verhouding tussen universele rationaliteit en particuliere levensovertuiging.
  • De existentiële verworteling van de ethiek: grondvertrouwen, morele verontwaardiging, participatiegemeenschap, imaginatie en morele emoties.
  • De verhouding tussen ethiek en christelijke religie: supererogatie en het transethische.
  • Waardenpluralisme in een postmoderne context: maatschappelijke waardenverwarring, waardenverschuiving, ethisch relativisme. Kansen en risico’s van een maatschappelijke profilering van de christelijke levensbeschouwing.

Doctoraatsprojecten

5. Kwaad en verantwoordelijkheid

De vele gezichten van het morele kwaad en van de menselijke tragiek als verruiming van en uitdaging aan een eenzijdige axiologische ethiek:

  • De verhouding tussen object en subject van het kwaad.
  • De meervoudigheid van het verantwoordelijkheidsbegrip vanuit een confrontatie met Ricoeur, Jonas, Levinas.
  • Verantwoordelijkheid, verontschuldiging en toerekeningsvatbaarheid (morele competentie).
  • Houdingen tegenover aangedaan kwaad: vergelding of wraak, voorwaarden voor vergeving en verzoening.
  • Menselijke tragiek, eindigheid en kwaad in de verhouding tussen levensbeschouwing en ethiek.

6. De relevantie van het joodse denken voor een christelijke ethiek

  • Joodse denkers als Rosenzweig, Buber, e.a. als uitdaging om de historische en actuele verhouding tussen theologische ethiek en filosofie te herdenken.
  • De ethische metafysiek van Emmanuel Levinas als radicalisering van het christelijk-ethisch dialogaal en sociaal personalisme.
  • Joodse en christelijke ethiek na Auschwitz.

7. Ethiek van de dialoog

  • Ethiek van de hulpverlening en het pastorale gesprek.
  • Oecumenische ethiek: ethiek als dialoog tussen verschillende christelijke confessies, het conciliair proces (Peace, Justice and Integrity of Creation: Basel; Reconciliation: Gift of God, Source of New Life: Graz).
  • Ethiek van de wereldgodsdiensten (Weltethos).

Doctoraatsproject

II. Toegepast moraaltheologisch onderzoek


Vermits de theologische ethiek betrekking heeft op alle aspecten van het menselijk handelen, zijn haar onderzoeksdomeinen talrijk en divers. Daarenboven vormen in onze steeds complexer wordende samenleving de nieuwe ontwikkelingen evenzovele opgaven voor de moraaltheologie. De eigenheid van het Leuvens moraaltheologisch onderzoek is hierin gelegen dat deze toegepaste ethische research niet alleen door het fundamenteel moraaltheologisch denken georiënteerd wordt, maar het op zijn beurt ook bevraagt en vernieuwt. Door de grensoverschrijdende globalisering van maatschappelijke problemen weet de Leuvense moraaltheologie zich steeds meer uitgedaagd om de verworven ethische inzichten internationaal communicabel te maken.

1. Ethiek van seksualiteit en relatie

  • Zinvol seksueel leven: een integraal-relationele benadering in christelijk perspectief, een ethisch-educatief begeleidingsmodel, seks- en genderproblematiek, de ‘stichtende’ betekenis van het seksuele lichaam en het seksuele verschil, relationele en seksuele opvoeding en ethiek.
  • Feministische ethiek.
  • Verantwoord ouderschap, kinderloos en kindervrij huwelijk.
  • De divergerende betekenis van verschillende samenlevingsvormen: huwelijk, premaritaal samenwonen, samenlevingscontract; de problematiek van het homohuwelijk.

Doctoraatsprojecten

2. Biomedische ethiek

  • De arts-patiënt relatie.
  • Heiligheid versus kwaliteit van leven, de mens als rentmeester of medeschepper.
  • Medische beslissingen bij het begin en het einde van het leven: pre-implantatie diagnostiek, voortplantingstechnologie, het ethisch-filosofisch statuut van het menselijk embryo, de vraag naar het stopzetten van de behandeling van persistent vegetatieve patiënten, de euthanasieproblematiek (met bijzondere aandacht voor de juridische ontwikkelingen in de Belgische en Nederlandse samenleving).
  • De explosieve ontwikkeling van nieuwe medische technologieën: xenotransplantatie, reproductief en therapeutisch klonen, stamcelonderzoek.
  • De inbreng van de uit de verpleegkunde en het feminisme ontwikkelde zorgethiek: zwangerschapsbegeleiding, post-abortus verwerking, ouderenzorg, begeleiding van de wilsonbekwamen, palliatieve zorg.
  • De institutionalisering van de medische ethiek in de zgn. commissie-ethiek (Raadgevend Comité voor bio-ethiek, commissies voor medische ethiek, toetsingscommissies t.b.v. medische experimenten).

Doctoraatsprojecten

3. Bio- en milieu-ethiek

  • Ethiek en bevolkingsgroei, ontwikkeling en milieu-aantasting, techniek en ethiek, voedsel en ethiek.
  • De relatie mens-natuur-dier en een aantal grondhoudingen: antropocentrisme, pathocentrisme, ecocentrisme.
  • Griekse en christelijke traditie en milieu-onachtzaamheid.
  • Ethisch-filosofische benadering van de biotechnologie, dierenwelzijn en dierenrechten, proefdiergebruik; intrinsieke en inherente waarde.
  • Genetische manipulatie, octrooibescherming voor transgene planten en dieren, de maatschappelijke discussies over een duurzame economie en landbouw, ecologie en burgerschap.

Doctoraatsproject

4. Vredesethiek

  • De verhouding tussen vrede, rechtvaardigheid en levensbeschouwing.
  • Mensenrechten en christelijk geloof.
  • Oorzaken en gevolgen van de verruwing van de samenleving.
  • (In)tolerantie, volksnationalisme, totalitarisme (nazisme, stalinisme), xenofobie, migranten en politieke vluchtelingen, multiculturaliteit, racismebestrijding, verhouding particulariteit en alteriteit.
  • Antisemitisme, genocide, misdaden tegen de menselijkheid.
  • Collectieve trauma’s, wraak, recht, vergelding en verzoening; post-holocaustethiek.
  • Vredesbewegingen; vrouwen en vrede.
  • Pacifisme en `heilige oorlog’ in jodendom, christendom en islam.
  • Criteria voor een rechtvaardige oorlog, ethiek van oorlog, internationale vredeshandhaving, criteria voor humanitaire interventies.
  • De strijd tegen terreur: inperking of bescherming van liberale grondrechten, semantische wijziging van de noties ‘conflict’ en ‘oorlog’.

Doctoraatsprojecten

5. Sociale ethiek

  • Het verband tussen sociaal-ethische inzet en confessionele inspiratie, nieuwe en traditionele sociale bewegingen, burgerzin en de goede samenleving (bonum commune).
  • Ontwikkeling van de kerkelijke sociale leer.
  • De christelijke identiteit van werknemers- en werkgeversorganisaties, van welzijns- en gezondheidsinstellingen.
  • Een nieuw sociaal Europa.
  • Arbeid, samenleving en gezin.

Doctoraatsprojecten

6. Bedrijfsethiek

  • Bedrijfs- en managementethiek als grondslag voor een menselijke onderneming, human resourcemanagement, corporate governance.
  • Ethisch bankieren, bedrijfscodes in theorie en praktijk.
  • Morele imaginatie en narrativiteit als drijfveer voor ethisch gekwalificeerd economisch handelen, spiritualiteit en leiderschap.
  • Kerkelijke sociale leer en economie.

Doctoraatsprojecten

7. Techniek en ethiek

  • De nieuwe ethische vragen die worden opgeroepen door voortschrijdende technologische ontwikkelingen.
  • De verhouding tussen ethiek en techniek.

Doctoraatsproject

III. Medewerking aan facultaire en interfacultaire centra.


Het toegepast ethisch onderzoek wordt op een specifieke manier gerealiseerd door het interfacultair en interuniversitair Overlegcentrum voor Ethiek, te situeren binnen het European Ethics Network. Het Overlegcentrum werd in 1989 gesticht met als doel de samenwerking tussen de verschillende ethici die binnen diverse centra voor ethiek aan de KULeuven werkzaam zijn te bevorderen en is intussen uitgegroeid tot een interuniversitair overlegorgaan. De Afdeling Theologische Ethiek verleent haar steun aan verscheidene autonome centra die deel uitmaken van het Overlegcentrum: het Centrum voor Biomedische Ethiek en Recht, het Centrum voor Wetenschap, Techniek en Ethiek, het Centrum voor Vredesethiek en het Centrum voor de Studie van het Katholieke Sociale Denken.