U bent hier: Faculteit Theologie en Religiewetenschappen › Onderzoek icf icf_nl icf_nl_verklaring

ICF - Verklaring


Veel van mijn publicaties als psycholoog bevatten ideeën die ik in het verleden had, maar nu niet langer deel.

In 1977 begon ik als jong psycholoog te werken op het Instituut voor Doven (IvD) te Sint-Michielsgestel in Nederland. In die tijd was het IvD de top van dovenonderwijs in Nederland en daarbuiten. Onderwijsresultaten waren beter dan op andere scholen voor doven en beter dan in publicaties over de resultaten van dovenonderwijs werd beschreven. Ik was er trots op dat ik op het IvD werkte. Het IvD had in die tijd een duidelijke visie op onderwijs, met de volgende elementen:

  • Orale opvoeding: opvoeding in de gesproken taal met vermijding van gebaren werd als hoogste ideaal voor dove kinderen gezien. Veel aandacht werd geschonken aan de ontwikkeling van spreken en horen, en bij veel leerlingen werden daarin goede resultaten behaald.
  • Gesprek: gesprek was de basis van taalleren, gesprek over de eigen ervaring van dove kinderen. Men ging ervan uit dat gesproken taal door dove kinderen alleen als iets van henzelf kon worden ervaren, als zij ervaren dat ze daarmee over hun eigen ervaringen kunnen communiceren.
  • Differentiatie: men erkende dat er individuele verschillen tussen dove kinderen zijn, waardoor het voor sommige kinderen moeilijker was dan voor anderen om een oraal programma te volgen. Deze leerlingen kregen een ander programma, met vingerspelling.
  • Een ideaal van integratie van dove mensen in de horende maatschappij.

Toen ik als psycholoog ging werken, nam ik deze ideeën als vanzelfsprekend over. Een deel van mijn werk op het gebied van psychologische diagnostiek was gericht op deze idealen: vroegtijdige diagnostiek van leerproblemen met betrekking tot de verwerving van gesproken taal, en vroegtijdige verwijzing van dove kinderen naar het reguliere onderwijs.

Tegelijkertijd lag een belangrijk deel van mijn werk ook op het gebied van de sociaal-emotionele ontwikkeling, en counseling van dove pubers en volwassenen. In deze contacten merkte ik dat de zelfervaring van dove mensen heel anders is dan hoe horenden, vooral horenden op het IvD, naar hen kijken. Bij veel van mijn dove cliënten kwam het niet op om zich af te vragen of doofheid een handicap was: zij voelden zich normale mensen. In onze gesprekken werd de communicatie steeds informeler, niet gericht op goed gebruik van gesproken taal, maar op vloeiende en spontane communicatie. Op deze wijze zag en leerde ik een aantal prachtige Zuid-Nederlandse gebaren. Ik merkte dat mijn dove cliënten dezelfde behoeften, vermogens, aspiraties en groeikracht hadden als horenden. Zij waren geen zielig hoopje mens, bedreigd door de allerverschrikkelijkste van alle handicaps: een ernstige gehoorsstoornis. En gebarentaal was helemaal niet zo primitief als ik was gaan geloven.

Er waren enkele simpele, maar eenvoudige voorvallen die mij aan het denken zetten. Een daarvan was toen ik een psychologisch onderzoek zou doen van een jongen die op school vingerspelling moest gebruiken in de communicatie, vanwege zijn beperkte spreekontwikkeling. Het was een levendig en grappig kind, en ik wilde grapjes met hem maken. Maar hoe maak je grapjes in vingerspelling, een communicatievorm die de normale lichaamstaal en de normale mimiek doodt? Ik besloot te stoppen met vingerspelling en liever gebaren te gebruiken. Hij was een intelligent kind, en toch verliet hij het IvD met een laag niveau van ontwikkeling. Voor mij was het duidelijk: de Rochester Methode had haar kans gehad, nu was het tijd voor iets anders.

Ik ervoer dus in toenemende mate een conflict binnen mijzelf. Toen het moment van omslag naar tweetaligheid op het IvD kwam, heb ik daar ook moeite mee gehad. Het was een inbreuk op mijn loyaliteit ten opzichte van mensen van wie ik hield en die ik nog steeds als mijn leraars beschouw. Ik ben van gedachten veranderd ten aanzien van communicatie, doofheid, dovencultuur, maar sommige van de oude idealen van het IvD houd ik nog hoog: mikken op zo hoog mogelijke resultaten in onderwijs en opvoeding, gesprek als basis van opvoeding, opvoeding tot vriendschap.

Mijn werk voor de leerstoel bracht mij meer in contact met de dovengemeenschap dan tevoren. Het werd voor mij een bevestiging dat communicatie met doven in gebarentaal veel dieper en persoonlijker is dan gesproken taal. Ik er ervoer hoe beperkt gesproken taal voor dove mensen is als middel om over echt persoonlijke dingen te praten.  Ik zag wat ik tevoren al was gaan vermoeden: voor dove mensen die alleen orale communicatie hebben, zelfs als die beter is dan bij anderen, is het moeilijker om over persoonlijke ervaringen te spreken, hebben meer problemen met geloofscommunicatie en het delen van hun ervaring van God dan Dove mensen die gebarentaal gebruiken. Ik ontken de waarde van gesproken taal niet, maar ik durf te zeggen: Effetha, "open u", begint bij de moed en de wil om te gebaren. Gebarentaal is Gods gave aan dove mensen.

Ik wil dit illustreren met een kort filmpje van een deel van een Eucharistie voor de Dovengemeenschap van Mexico City, op 3 augustus 2003, ter gelegenheid van een symposium van ICF. ICF had vastgesteld dat de Katholieke Dovengemeenschap van Mexico City heel krachtig was, een bloeiende gemeenschap, met goede Dove leiders. In deze gemeenschap was een echte synthese bereikt tussen drie culturen: Dovencultuur, Mexicaanse cultuur, en katholieke cultuur, een echt voorbeeld van Dovenbevrijdingstheologie en Dove teología indígena. ICF wilde naar hen toekomen om van hen te leren.

De Eucharistie werd geleid door kardinaal Norberto Rivera, aartsbisschop van Mexico City. Jaar in, jaar uit had de dovengemeenschap hem uitgenodigd, maar nooit had hij kans gezien om te komen. Jaar in, jaar uit, hadden zij gevraagd naar de wijding van dove mannen tot priester te wijden, maar hij bleef daar moeite mee hebben. Nu was hij gekomen, en hij concelebreerde met twee dove priesters, uit Amerika en Engeland. In zijn leerstellige homilie sprak hij over de relatie tussen het offer van Abraham, de gedaanteverandering op de Taborberg en de Eucharistie. Zijn homilie werd op prachtige wijze getolkt door een tolk Mexicaanse Gebarentaal, dochter van dove ouders, kleindochter van dove grootouders, zus van dove broers en zussen, een persoon die cultureel of minstens innerlijk Doof is. Deze film is opgenomen door een van de dove deelnemers uit Nederland.

Kijk hier naar de video