ICF - Info
De Internationale Katholieke Stichting voor de Dienstverlening van Doven (ICF) heeft als missie de ondersteuning van godsdienstige vorming en pastorale zorg voor, met en door Doven in de katholieke gemeenschap. ICF steunt mensen die actief zijn in het dovenpastoraat en probeert tussen deze mensen een netwerk te scheppen waarin zij zich kunnen herbronnen voor hun werk in de praktijk. ICF tracht deze doelstellingen op de volgende wijzen te realiseren:
- door mensen bewust te maken van de aanwezigheid van Dove mensen in de kerk, van hun speciale behoeften als visueel georiënteerde mensen, en van de gaven die zij de kerk hebben te bieden;
- door te dienen als een bron voor godsdienstige vorming en pastorale zorg en voor de vorming van pastoraal werkers en katechisten, zowel Dove als horende;
- door internationale ontmoetingen te organiseren;
- door samen te werken met universiteiten en andere instituten betrokken bij Dove mensen, in het bijzonder de KU Leuven, en St.Thomas University in Miami, Florida, USA.
In de dertig jaar van haar bestaan heeft ICF belangrijke veranderingen ondergaan, onder invloed van ontwikkelingen in de katholieke kerk, in de dovenwereld, en in het werk met dove mensen. Ik zal hier deze ontwikkelingen in het kort noemen:
1. Dertig jaar geleden was het werk met doven vaak nog geconcentreerd in grote instituten die zichzelf op alle gebieden met doven bezig hielden: vroegbegeleiding, primair en secundair onderwijs op scholen met internaat, pastoraal en maatschappelijk werk ten behoeve van oudleerlingen. Deze instituten waren centra van expertise en kennis omtrent doofheid. In onze huidige tijd is het werk met doven meer gedecentraliseerd, de grote instituten verliezen hun macht en verdwijnen als centra van expertise. Ze niet meer zoals in het verleden de trotse eigenaars van de doofheid.
2. De Dovengemeenschap heeft zich steeds meer geëmancipeerd. Gebarentaal en dovencultuur zijn alom erkend en gewaardeerd, en het oralisme heeft plaats gemaakt voor het bilingualisme. Dove mensen en Dovengemeenschappen zijn nu zelf de eigenaars van hun doofheid geworden.
3. In de katholieke kerk is de rol van de leken, d.i. de mensen die niet tot priester zijn gewijd en niet tot een religieuze congregatie behoren, duidelijker zichtbaar geworden. De kerk is veranderd van een kerk van priesters in een kerk van alle gedoopten. Het gemeenschapsaspect van de kerk is erkend als primair ten opzichte van het hiërarchisch aspect.
De invloed van deze ontwikkelingen kan worden opgemerkt in de activiteiten van ICF, in haar internationale symposia, en in haar organisatie. Internationale symposia zijn georganiseerd op de volgende plaatsen:
- 1971 Dublin (Ierland)
- 1980 Manchester (Verenigd Koninkrijk)
- 1984 Newark, NJ (Verenigde Staten)
- 1986 Leuven
- !988 Manchester (Verenigd Koninkrijk)
- 1991 Rome (Italië)
- 1993 Sint-Michielsgestel (Nederland)
- 1994 Valladolid (Spanje)
- 1997 Cologne (Duitsland)
- 1998 Fort Lauderdale (Florida, Verenigde Staten)
- 2003 Mexico City
De volgende conferentie zal worden georganiseerd in Kaapstad, Zuid-Afrika, als opstap naar Afrika, het vergeten continent, waar nog steeds veel doven zijn die behoren tot die groepen in de bevolking die nauwelijks kansen in het leven krijgen, vergeten mensen in een vergeten continent.
De ontwikkeling die in ICF heeft plaats gevonden kan worden verduidelijkt aan de hand van een vergelijking tussen de eerste en de meest recente conferenties van ICF, Dublin en Mexico. Dublin '71 was een conferentie over de godsdienstige opvoeding van doven, waarop alle sprekers zelf horend waren. De meerderheid van hen waren priesters en religieuzen die werkzaam waren in dovenscholen, en wel in orale dovenscholen. De meeste sprekers benadrukten de rol van taal bij katechese en verschillende sprekers waren van mening dat goed onderwijs in gesproken en geschreven taal een voorwaarde waren voor katechese en godsdienstonderwijs. Dove leerlingen werden gezien als personen met een taalstoornis, die met de christelijke boodschap moesten worden bereikt ondanks hun doofheid. Doofheid werd gezien als een obstakel voor de geloofsontwikkeling. Dove mensen werden beschreven als actiegericht en als personen met een gebrek aan abstract en symbolisch denken.
Mexico 2003 was een heel andere conferentie. De conferentie in Mexico werd georganiseerd in nauwe samenwerking met de Dovengemeenschap van Mexico. Mexico City is een stad van vele miljoenen inwoners en zij heeft een Dovengemeenschap van meer dan tienduizend personen. In het centrum van de stad vindt elke zondag een katholieke kerkdienst plaats voor Doven, waaraan vier- tot vijfhonderd Doven deelnemen, en na de dienst gaat een groot deel van deze mensen naar de Dovenclub naast de kerk. Mexico is bekend door zijn streven naar inculturatie van de christelijke boodschap in de Mexicaanse cultuur en in haar historische Indiaanse erfgoed, in het Spaans genoemd teología indígena, inheemse theologie. Latijns-Amerika is het werelddeel van de Bevrijdingstheologie, een theologie die van mensen in de kerk vraagt een fundamentele keuze voor de armen en onderdrukten te maken en te luisteren nar hun roep om meer sociale rechtvaardigheid.
Dit streven naar inheemse theologie en bevrijdingstheologie wordt ook sterk gevoeld door de katholieke Dovengemeenschap met betrekking tot Dovencultuur en de maatschappelijke positie van Doven. Mexico City heeft een sterke katholieke dovenorganisatie waarvan het bestuur bestaat uit zeer competente Dove leiders. Om economische redenen hadden de leden van deze Dovengemeenschap maar heel beperkte mogelijkheden om Dove mensen uit andere landen te ontmoeten, en daarom had ICF besloten om daar een conferentie te organiseren, om de Mexicaanse Dovengemeenschap in het licht te stellen. Het doel van de conferentie was om vanuit Mexico ook Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied te bereiken. Fondsen waren gevonden waardoor het mogelijk werd Doven uit verschillende Latijns-Amerikaanse landen uit te nodigen. Op één na werden alle voordrachten op deze conferentie gegeven door Doven, uit verschillende landen: Mexico, Guatemala, Trinidad en Tobago, Venezuela, Ecuador, Verenigde Staten. Hun presentaties lieten zien dat Dove leken, in het bijzonder Dove jongeren, een centrale rol spelen in de opbouw van de katholieke Dovengemeenschap. Doven uit deze landen wachten niet tot horende kerkleiders iets voor hen gaan doen, maar zij slaan zelf de hand aan de ploeg. Het is een prachtig verhaal van Dovenemancipatie, van Dovenbevrijdingstheologie aan het werk. Ik was daar met enkele doven uit mijn woonland, Nederland, dat een geschiedenis van oralisme heeft. Voor hen was Mexico een prachtige ervaring van integratie van Dovencultuur en katholiek geloof, iets dat zij in Nederland nooit hadden gezien.
Er heeft dus een verschuiving plaatsgevonden, van een centrale rol van horenden en taalonderwijs in godsdienstonderwijs naar de rol van Dove leken en naar inculturatie en indigenisatie van het geloof in de Dovencultuur. Deze verschuiving heeft zonder twijfel plaatsgevonden onder invloed van de Dove leden die vanaf het begin van de negentiger jaren in het bestuur van ICF kwamen. Op dit moment zijn vier leden van het bestuur zelf doof. Een van hen i directeur van het National Catholic Office of the Deaf in de Verenigde Staten, een dove vrouw is onlangs gepensioneerd als directeur van een dovenschool in Dublin, Ierland, een dove vrouw is als pastoraal werker betrokken bij het dovenpastoraat in Ierland, en een dove man is katholiek priester in Engeland en lid van het bestuur van de Engelse katholieke dovenbond. Zij zijn competente leiders van de dovengemeenschap, die heel goed weten waar zij het over hebben, en met een breed netwerk tussen dove mensen. Door hun bijdrage werd het duidelijk dat het feit dat katechese en godsdienstige opvoeding doven niet bereiken niet voortkomt uit een probleem van dove mensen met gesproken en geschreven taal, maar uit het feit dat godsdienst vaak aan doven werd overgedragen op een typisch horende manier, die niet was aangepast aan de dovencultuur en niet gerelateerd was met de levenservaringen van dove mensen.
Waar godsdienstonderwijs en pastoraat wel aangepast waren aan de behoeften van dove mensen, speelt pastoraat bij en door doven een duidelijke rol in de emancipatie van doven. Ds.Beth Lockard, de eerste vrouw en de eerste dove die tot priester werd gewijd in de Evangelisch Lutherse Kerk van America, vertelde op een conferentie over dovenpastoraat die ik mocht organiseren in Leuven in 2003, dat de Episcopaalse kerk in de VS al in de negentiende eeuw het voortouw nam in het dovenpastoraat, in de persoon van Thomas Gallaudet, zoon van Thomas Hopkins Gallaudet. Vanaf 1850 begon Gallaudet groepjes doven bijeen te laten komen voor de eredienst. Dove christelijke gemeenten bloeiden en werden plaatsen waar de dovengemeenschap bijeenkwam en waar eigen doof leiderschap opbloeide ondanks de invloed van het opkomende oralisme. De enige dove die aanwezig was op de conferentie in Milaan in 1880 was een dove dominee die zich heftig teweer stelde tegen de resolutie die gebarentaal verbande uit het dovenonderwijs. Dove kerkelijke gemeenschappen werden plaatsen waar de gebarentaal bloeide en overleefde in de tijd van het oralisme.
Ondanks dit hoopvolle begin met de wijding van dove ambtsdragers in verschillende kerken, kwamen de kerken als geheel niet tegemoet aan de behoeften van de dovengemeenschap. De overgrote meerderheid van dove mensen is niet betrokken bij kerk en godsdienst. Kerkdiensten in gebarentaal zijn een zeldzaamheid en meestal moeten doven zich tevreden stellen met getolkte kerkdiensten, vaak met tolken die weinig gebaarvaardig zijn. Horende pastors hebben vaak moeite met de taal en de cultuur van de dovengemeenschap, en zijn vaak niet in staat om aan horende kerkleiders duidelijk te maken wat de wensen en behoeften van de dovengemeenschap zijn. En het onbedoelde gevolg is dat doven zich in de kerken onderdrukt en buitengesloten blijven voelen.
Er heeft een belangrijke verschuiving plaatsgevonden in het dovenpastoraat, ook in ICF: van pastorale zorg voor gehoorgestoorden naar pastoraat door dove mensen zelf. Dit is de verdiensten van dove mensen die hun rechtmatige plaats in de kerk bleven opeisen, en ook van mensen als wijlen Charlie Hollywood, slechthorende priester uit Manchester (UK), die een opmerkelijke gevoeligheid voor de behoeften van dove mensen had. Doven worden nu gezien als volwaardige mensen, gemeenschappen en culturen. Zij spreken niet zonder reden over dovenbevrijdingstheologie.
In de toekomst zal het steeds meer nodig worden om programma's te ontwikkeling waarin dove mensen kunnen worden opgeleid voor dovenpastoraat op een wijze die is aangepast aan de dovencultuur. Zo'n programma is ontwikkeld door Saint Thomas University te Miami in Florida, dat opleidt tot Master in Deaf Pastoral Ministries; in dit programma worden de cursussen gegeven in Amerikaanse Gebarentaal (ASL). Elementen in dit programma zijn: dovencultuur, pastorale counseling met doven, godsdienstige gebarentaal, liturgie in gebarentaal, bijbelvertaling in gebarentaal.
In West-Europa kunnen we alleen nog maar dromen van zo'n programma. Sommige mensen zullen zich wellicht afvragen of zo'n programma wel zin heeft in een tijdperk van cochleaire implant en integratie in het reguliere onderwijs. Wie werkzaam is in het dovenpastoraat zal niet ontkennen dat er dove mensen zijn die van deze ontwikkelingen hebben geprofiteerd, maar zij zullen niet vergeten dat er ook een grote dovengemeenschap bestaat, een dovengemeenschap die ook wordt opgezocht door dove jongeren die met cochleaire implant het reguliere onderwijs hebben bezocht. En deze gemeenschap heeft recht op aandacht van de kerk, want zij is de plaats waar dove mensen moeten worden ondersteund in de opbouw van hun religieuze cultuur. En ICF wil hun die steun geven.
