Onderzoekssporen Dr. Satoshi Kikuchi
Een dialoog tussen Eckhart en Ruusbroec met een focus op de christologie en de vereniging met God
Vele onderzoekers hebben gesuggereerd dat er mogelijke relaties bestaan tussen de Duitse Dominicaan Meester Eckhart (c. 1260-1328) en de Brabantse mysticus Jan van Ruusbroec (1293-1381). Het is inderdaad heel waarschijnlijk dat Ruusbroec kennis van Eckhart heeft gehad, aangezien er een aantal handschriften met Eckharts sermoenen al kort na de veroordeling van sommige stellingen van Eckharts in 1329 Brabant bereikt hadden.
Nochtans is het waarschijnlijk een vruchteloze poging om een bewijs voor Ruusbroecs kennis van Eckharts leer te ontdekken, omdat er geen overeenkomende formulering met Eckhart kan gevonden worden in de tekst van Ruusbroec. Hun relatie zou beter gezocht worden in het feit dat ze allebei enige belangrijke kwesties van de mystieke traditie in hun tijd behandelden, elk vanuit hun eigen perspectief. Een van de kwesties gaat over de zoonschap (filiatio) van Christus, en ook over de Einmaligkeit van Zijn menswording. De christelijke traditie heeft de hoogste mogelijke positie gegeven aan Jezus Christus, namelijk de “eniggeboren Zoon van God” (filius unigenitus dei), en christenen hebben geloofd dat de incarnatie maar één keer in de geschiedenis van de mensheid heeft plaatsgevonden. Deze christologische opvatting werd betwist door ketterijen typerend voor de late Middeleeuwen, die een radicale nadruk legden op de mogelijkheid van de vergoddelijking door hun eigen natuur, zoals Christus ook van nature God was. Eckharts bijzonder exemplarisme, dat de mogelijkheid erkent om dezelfde eniggeboren Zoon te worden door de gelijkvormigheid (conformitas) met het perfecte Exempel van Christus’ zoonschap, kan in zekere zin beschouwd worden als een poging tot verzoening tussen de ketterse opvatting en de kerkelijke doctrine. Nochtans is Eckharts leer uiteindelijk veroordeeld door de Kerk als in strijd met de christelijke geloof. Daarentegen maakt Ruusbroec een scherp onderscheid tussen het zoonschap van Christus van die van de mens, en tegelijkertijd laat hij ruimte voor de mystieke vereniging met God in een wederkerige relatie in de liefde.
Op basis van dit thema probeert dit project een zinvolle dialoog tussen deze twee auteurs te construeren, en ontwikkelingen in de middeleeuwse mystiek te ontdekken.
