Geschapen naar Gods beeld? De menselijke natuur betwist
Binnen de klassieke katholieke traditie wordt gebruik gemaakt van het denken in termen van 'natuurwet': alle mensen hebben dezelfde menselijke natuur, door God geschapen, onveranderlijk en inzichtelijk voor de menselijke rede. In de moderne wetenschap en filosofie is echter deze opvatting over het wezen van het mens-zijn systematisch ontmanteld. In de moderne theologie werd het personalisme gepromoot om de dialoog met de vernieuwde context aan te gaan. De postmoderne filosofie dreigt echter de achterliggende vooronderstellingen van deze benadering te ondermijnen.
Natuurwet als basis voor een universele antropologie?
De uitdaging waar bijvoorbeeld Darwin gelovigen mee confronteert, is niet zozeer of evolutie en schepping elkaar uitsluiten, maar wel dat de mens, net als elke soort, radicaal getekend is door evolutie en interactie met steeds wisselende leefwerelden. De neo-scholastieke reactie bestond in het vasthouden aan het traditionele mensbeeld en dit tot een metafysisch principe te verklaren. De 'natuurwet', universeel bedoeld, verwordt zo echter tot een particuliere normatieve opvatting over de menselijke natuur, die meer en meer voeling verliest met de actuele stand van de (natuur)wetenschap en filosofie. Wat betekent het bijvoorbeeld, gezien de medische vooruitgang, te denken in termen van 'natuurlijk' begin en einde van het leven? Het klassieke natuurwetdenken botst bovendien met de hedendaagse ervaring van levensbeschouwelijke en culturele diversiteit, of met recente ontdekkingen in gender studies. Het uitgangspunt van het natuurwetdenken, ooit één van de grondslagen van de mensenrechten, blijft echter waardevol: nog steeds daagt het theologen uit te zoeken naar wat algemeen menselijk is, in dialoog met de wetenschappen.
Het personalistische model: uitweg of doodlopend spoor?
In het kielzog van denkers als Scheler, Mounier, Maritain, etc. ontwikkelde de moderne theologie een personalistische antropologie om de dialoog tussen de Kerk en de wereld over wat de mens is mogelijk te maken. Deze antropologie resulteerde in de gedachte dat de mens, geschapen als persoon, een dynamisch, historisch, relationeel wezen is. In het conciliedocument Gaudium et Spes werd deze moderne antropologie onderschreven. Ondertussen is echter de context drastisch gewijzigd. Enerzijds grijpt men in het kerkelijke discours vandaag de dag, in het bijzonder met betrekking tot seksuele en bio-medische ethiek, vaak terug naar de vertrouwde metafysica van de natuurwet – met verlies van dialoogvaardigheid tot gevolg. Anderzijds blijkt het personalisme zelf schatplichtig aan een moderne opvatting over het subject die in de laatste decennia filosofisch en theologisch zwaar onder vuur heeft gelegen (bv. het verwijt van antropocentrisme). Theologen staan voor de uitdaging om het personalisme te herrijken door hedendaagse filosofische inzichten te integreren, zoals die hevig bediscussieërd worden onder meer in Duitsland (de bakermat van de moderne filosofische antropologie) en Frankrijk (met onder andere de erfenis van Levinas).
Zonde en genade: achterhaalde theologische begrippen?
Op zoek naar voltooiing: de kracht van de christelijke heilsbelofte
