Erasmusdagboek uit Salamanca
Dansende seminaristen
"No te preocupes!" ("maak je geen zorgen") zegt de prof en pakt me bij de arm: "Wij gaan samen excursietjes maken naar Segovia en Avila." Tja, dat is niet meteen het antwoord wat ik verwachtte toen ik hem meldde dat zijn lessen zo ongeveer Chinees waren voor mij en dat een verslag schrijven over elke les dus nogal moeilijk zou worden. Zijn leuze was: "disfrutar España y sobre todo: descubrir Salamanca". Dat zag ik wel zitten natuurlijk -- maar daarom niet per se samen met hem.
Vervolgens pakt de decaan me vast in de gang: "Aha Rebekka, qué tal?" Alle proffen weten hier vanaf de eerste dag wie ik ben, vanwaar ik kom en onthouden zelfs mijn naam! Sommigen noemen me hier om mij duistere redenen "Barbara", een fenomeen dat ook in Leuven voorkwam en mij blijft achtervolgen...
Theologie studeren in Salamanca is -- heel anders dan in Leuven -- eigenlijk vooral een zaak van seminaristen en hoogstens een paar zusters. Dat wil zeggen dat ik dus bijna uitsluitend met jongens (priesters in wording) in de les zit, wat van tijd tot tijd heel grappige situaties oplevert. Een priester uit Granada heeft me de basisbeweging van Flamenco geleerd: pluk een appel uit de boom, eet ervan en smijt hem daarna weg; dit met je rechterarm en op sierlijke wijze. Een andere seminarist vertrouwde me stilletjes toe dat als hij verliefd zou worden op een meisje, hij het seminarie mooi achter zich zou laten, waarop hij mij meteen uitnodigde om eens iets te gaan drinken.
Goeie vrienden vind ik niet direct in mijn faculteit; veel kans om ze beter te leren kennen is er niet aangezien 's avonds eens weggaan voor hen niet echt gemakkelijk is. Ze moeten meestal toestemming vragen en daarenboven is er onlangs een seminarist uitgetreden om amoureuze redenen zodat de seminarios angstvallig proberen hun "aanwinsten" binnen te houden en vooral niet bloot te stellen aan die verleidelijke buitenwereld.
Die avond vertel ik over mijn ervaringen aan de groep Erasmusstudenten van de Spaanse cursus die ik hier in september volgde. We zijn intussen een vaste kliek geworden. In een mengelmoes van Spaans, Frans, Engels, Duits en van tijd tot tijd ook wat woordjes Zwitsers, worden er verhalen uitgewisseld. Zo vertelt een meisje dat ze een presentatie moet doen in het Spaans over een "bioreactor", maar totaal niet weet wat dit eigenlijk is. De prof weigert echter een woordje uitleg te geven in het Engels.
Het Erasmus Bruin Café in het prachtige Melendez-straatje is de ideale plaats om frustraties weg te werken en ongelofelijke verhalen te vertellen. Over kotgenoten die onaangekondigd kotfeestjes geven, de studieprogramma's die maar niet in orde lijken te geraken, de vreemde eeturen en -gewoontes van de Spanjaarden, de films en tv-programma's die altijd gedubd worden -- op het nieuws hebben ze zelfs een keer per ongeluk een vrouw een mannenstem gegeven -- het nachtleven in Salamanca, het duizelingwekkend snelle Spaans dat de proffen spreken -- en niet alleen de proffen uiteraard - en kotbazinnen die opeens opslag van huur vragen.
Er gebeurt hier altijd wel wat. Gespreksstof genoeg om bij een typische "café con leche" of een "mojito" te bespreken. Eén ding is in ieder geval al zeker: als ik in februari terugkeer naar Leuven, zal ik deze typische Spaanse sfeer toch wel missen.
Rebekka Jonkers
Overgenomen uit Veto, jg. 30, nr. 9 (24/11/2003)
