U bent hier: Faculteit Theologie en Religiewetenschappen Onderwijs onderwijsdoelstelling

Doelstellingen van de onderwijsprogramma's

Voor de bachelor (programmajaren 1-3)


  • Het ontwikkelen van een integrerend referentiekader door in te leiden in de theologische en godsdienstwetenschappelijke hoofddisciplines en in de filosofische en menswetenschappelijke vakgebieden die dienstig zijn aan de theologische en godsdienstwetenschappelijke reflectie.
  • Het ontwikkelen van de basiscompetenties eigen aan een academische vorming in de theologie en de religiestudie, o.m het combineren van een brede wetenschappelijke interesse met een kritische ingesteldheid voor de diverse wijzen waarop het religieuze fenomeen gepresenteerd en geëvalueerd wordt in wetenschap, samenleving en cultuur.
  • Het voorbereiden op een meer gespecialiseerde masteropleiding godgeleerdheid en godsdienstwetenschappen, aansluitend op de bachelor.

Voor de master (programmajaar 4)


De Master of Arts in de Godgeleerdheid en de godsdienstwetenschappen beoogt de basisvorming die in de bachelor is aangereikt, te verdiepen, teneinde (a) voor te bereiden op zelfstandig theologisch of godsdienstwetenschappelijk onderzoek, en (b) studenten toe te rusten als expert in kerk en samenleving werkzaam te zijn. Het studiecurriculum heeft daarom een dubbele focus: (a) enerzijds krijgen studenten de kans zich te specialiseren in één van de zes in de faculteit aanwezige onderzoeksdisciplines, (b) anderzijds blijft het curriculum meer algemeen gericht op de interdisciplinaire wetenschappelijke doorgronding van de christelijke geloofstradities in de context van een multiculturele en multireligieuze samenleving.

Voor de master-na-master (programmajaar 5)


De master-na-master heeft tot doel het verder ontwikkelen van de zelfstandige beoefening van de theologie en de religiestudie en het verrichten van wetenschappelijk onderzoek, meestal met het oog op de overgang naar het doctoraatsprogramma en het schrijven van een doctoraatsproefschrift. De in de master aangevatte specialisatie wordt verdiept via een zeer specifiek onderzoekscurriculum. In dit verband is de meesterproef (onderzoeksscriptie) uiteraard zeer belangrijk. Daarnaast maken studenten ook intensief kennis met het onderzoek zoals dit in de overige specialisaties verricht wordt. Hierdoor blijft specialisatie steeds gepaard gaan met een goed gevormde algemene onderlegdheid in de theologie en de religiestudie. De in de master verworven capaciteit tot interdisciplinair denken verdiept zich thans in een projectmatige specialisatie, waarbij de student in staat wordt een persoonlijk project uit te werken.

Naast de sterk onderzoeksgeoriënteerde focus van de master-na-master werd in het Nederlandstalige programma van de major pastoraaltheologie ook de opleiding praktische theologie geïntegreerd. Deze heeft als algemene doelstelling studenten als pastor op te leiden, vanuit het perspectief van ‘vorming van vormers’. Studenten pastoraaltheologie, optie praktische theologie, bekomen zowel de volwaardige onderzoekskwalificatie (met mogelijkheid tot doctoraat) als de praktisch-theologische kwalificatie.