U bent hier: Faculteit Theologie Algemeen geschiedenis

Beknopte geschiedenis van de faculteit

De Facultas Sacrae Theologiae in de Oude Universiteit (1432-1797)


De Facultas Sacrae Theologiae in de Oude Universiteit (1432-1797)

Op 9 december 1425 vaardigde paus Martinus V een bul uit, waarbij hij toeliet te Leuven een Universiteit te stichten. Het plan daartoe was aan het hof van hertog Jan IV van Brabant gerijpt. Naar middeleeuws gebruik kreeg de nieuwe instelling gedurende de eerstvolgende maanden kerkelijke, vorstelijke en stedelijke privilegies. De Universiteit van 1425 werd in 1797, tijdens de annexatie van het huidige België bij het revolutionaire Frankrijk, afgeschaft. Oorspronkelijk waren er vier faculteiten: Artes, Civiel Recht, Canoniek Recht en Geneeskunde. Op 7 maart 1432 gaf paus Eugenius IV permissie om ook academische graden in de theologie te verlenen. De universiteit werd bekroond met de Sacra Facultas Theologiae. Door het aantal faculteiten tot vijf uit te breiden, maakte de paus van het Leuvense studium een volledige universiteit. In 1435 verklaarde de universiteitsraad dat de theologie een ereplaats bekleedde, "krachtens haar recht en volgens de gewoonten van de andere universiteiten, voornamelijk die van Parijs en Keulen"; haar professoren kregen voorrang op hun collegae van de andere faculteiten.

Vanaf 1442 waren er vijf professoren, die om beurten een week doceerden; in 1545 werd dit gewijzigd: iedere professor zou zes weken achtereen aan bod komen. In 1546 voegde Karel V twee koninklijke professoren aan de faculteit toe: ze zouden beiden dagelijks lesgeven, één voor de verklaring van de Magister Sententiarum (Petrus Lombardus), één voor bijbelexegese met het oog op de strijd tegen het protestantisme. Filips II zal er twee koninklijke leerstoelen aan toevoegen, één voor catechese en een tweede leerstoel in de scholastieke theologie. De faculteit kende een bloeiperiode in de 16de eeuw. Op belangrijke gebieden leverden de Leuvense theologen in de 15de en de 16 de eeuw een wetenschappelijke bijdrage (leerlingen van Adriaan van Utrecht, de latere paus Adriaan VI, en zijn opvolgers: Driedo, Tapper, Latomus). In 1519 werd het Collegium Trilingue gesticht als een onafhankelijk instituut voor de studie van Latijn, Grieks en Hebreews. Erasmus van Rotterdam is er de bekendste docent. In het begin van de 17de eeuw was één van de grote Leuvense theologen de Amsterdammer Jacob Janszoon, of Jansonius. In de 18de eeuw verminderde de uitstraling van de Leuvense faculteit als gevolg van interne twisten vanwege de gespannen staatskerkrechtelijk gezinde regering van Jozef II.

De vorming tot theoloog duurde in de 15de eeuw elf … twaalf jaar. Geleidelijk werd de studieduur ingekort in de 16de eeuw en rond 1650 werd de totale tijdsduur (tot en met promotie) zeven jaar en zo bleef het tot 1797.

 

De Facultas Theologica in de Nieuwe Universiteit (1834-1969)


In 1834 richtten de Belgische bisschoppen te Mechelen een vrije katholieke universiteit op. Ze verplaatsten deze in 1835 naar Leuven. De nieuwe universiteit verschilde in diverse opzichten van de oude Leuvense Alma Mater. Als vrucht van de vrijheid van onderwijs, had ze geen wettelijk privilege meer en kon ze niet op rijkssubsidies rekenen.

Tot aan de eerste wereldoorlog werd een student pas tot de theologische faculteit toegelaten na een eerste studiecyclus in een seminarie of een theologicum. Wel organiseerde de universiteit vanaf 1898 een eerste cyclus, als 'cours élémentaire' (Schola minor). In de tweede helft van de 19de eeuw had de theologische faculteit een stevige reputatie verworven. De faculteit was geïntegreerd in een volledige universiteit en onderging daardoor de invloed van de profane faculteiten; dat was buiten Duitsland en Oostenrijk een enig geval. In de sfeer van de vernieuwing van het pontificaat van Leo XIII en gestimuleerd door het voorbeeld van de andere faculteiten zou de theologische faculteit zich in enkele jaren tijd volkomen vernieuwen. De kentering begon in 1889, toen een college 'kritische geschiedenis van het Oude Testament' werd ingevoerd. De titularis, A. van Hoonacker, had de moed één jaar voor de stichting door pater Lagrange van de Jeruzalemse bijbelschool, om de principes van de historische kritiek toe te passen op de bijbel. Zes jaar later zou de benoeming van A. Cauchie, de stichter van de Revue d'histoire ecclésiastique, een nog sterkere invloed hebben op de vernieuwing in de faculteit. In hoofdzaak bleef de faculteit lange tijd gericht op het positieve onderzoek. Men stelt dit vast als men het tijdschrift Ephemerides Theologicae Lovanienses, opgericht in 1923, doorneemt. Tussen de twee wereldoorlogen stond de patrologie met J. Lebon en R. Draguet op de voorgrond; nadien kreeg de schrift meer de aandacht, dank zij Mgr. L. Cerfaux. Samen met zijn collega J. Coppens verzekerde hij het succes van het jaarlijkse Colloquium Biblicum Lovaniense. Mgr. G. Thils leverde een belangrijke bijdrage tot de opbouw van de oecumenische beweging. De Leuvense kerkhistorische traditie werd op een eminente wijze voortgezet door R. Aubert.

In 1942 werd op initiatief van de professoren Cerfaux en Dondeyne het Hoger Instituut voor Godsdienstwetenschappen opgericht. Oorspronkelijk was het de bedoeling om godsdienstonderwijs van universitair niveau aan de studenten uit de profane faculteiten aan te bieden. De oorspronkelijke opvatting werd, vooral door toedoen van professor A. Descamps, verruimd en in 1956 begon men met een volledig theologisch programma tot opleiding van godsdienstleerkrachten. Het instituut was tweetalig. In de eigenlijke theologische faculteit verdween het Latijn als lestaal officieel ten voordele van de landstalen tussen 1965 en 1968, maar de faculteit bleef haar eenheidsstructuur tot 1968 behouden.

De deelname van Leuvense theologen, zowel professoren als oudstudenten, aan het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) was bijzonder aanzienlijk. Vanaf het begin werden verschillende deskundigen voor de voorbereidende commissies onder de Lovanienses gekozen. Een zeer belangrijke rol speelde de professor in de dogmatiek, Mgr. G. Philips, adjunct-secretaris van de belangrijkste conciliaire commissie; hij was de ontwerper van de constitutie over de Kerk, Lumen Gentium.

De Faculteit Godgeleerdheid (1969-2011)


In de zomer van 1968 werd de beslissing genomen om de Katholieke Universiteit van Leuven te splitsen in twee volledig autonome instellingen, de Nederlandstalige KU Leuven en de Franstalige Université Catholique de Louvain. De U.C.L. wordt gevestigd in het Waalse Ottignies. De KU Leuven werd geleid door de medicus P. De Somer, die in juli 1966 tot pro-rector was benoemd door de bisschoppen en die vanaf oktober 1968 de titel van rector voerde.

Na de splitsing van de unitaire Theologische Faculteit in november 1968 en de goedkeuring van de heringerichte autonome Nederlandstalige Faculteit begin 1969 kon de vernieuwde Faculteit Godgeleerdheid van start gaan. In zijn rede bij de opening van het academiejaar 1969-1970 nam rector Piet De Somer de gelegenheid te baat om haar specifieke rol te zien in de opdracht een vrije onderzoeksruimte te zijn waarin ten behoeve van kerk en maatschappij zowel zingevingssystemen als waarden worden uitgediept. De visie van wijlen P. De Somer kreeg gestalte in de opdrachtsverklaring van 16 maart 1990. Daarin is uitdrukkelijk gesteld dat de KU Leuven als katholieke universiteit een kritisch denkcentrum is binnen de katholieke gemeenschap, begaan met de verhouding tussen wetenschap en geloof en de dialoog tussen kerk en wereld. De Faculteit Godgeleerdheid heeft een belangrijke taak te vervullen in de uitvoering van deze opdracht.

Met de herstructurering van 1969 veranderde ook het professorencorps. Tot dan toe was het enkel samengesteld uit seculieren; nu werd het uitgebreid met regulieren en niet-clerici. Het Hoger Instituut voor Godsdienstwetenschappen werd in de Faculteit opgenomen en door de invoering van het decreet voor de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap (1991) als volwaardige academische opleiding geïntegreerd. Aansluitend bij dit decreet staan voortaan interne en externe evaluatie van onderwijs en onderzoek centraal in het beleid van de Faculteit.

De Faculteit Godgeleerdheid kreeg ook een eigen plaats in de ruimtelijke planning van de campus humane wetenschappen. Naast de administratieve ruimten en de auditoria in het eerbiedwaardige Maria-Theresiacollege werd een nieuwe bibliotheek opgetrokken in de Deberiotstraat. Sinds 1974 is dit schitterende 'laboratorium' een zeer bepalende factor in het onderzoeks- en onderwijsgebeuren van de Faculteit.

Belangrijke elementen van het profiel dat de Faculteit Godgeleerdheid in het kwarteeuw van haar autonome bestaan opgebouwd heeft, zijn de grote aandacht voor het fundamenteel onderzoek en de vorming van hoogstaande onderzoekers en het internationale karakter van haar onderzoek en onderwijs.

In 2009 werden de administratieve ruimtes van het Maria-Theresiacollege overgebracht naar het aangrenzende gerenoveerde Collegium Veteranorum.

De Faculteit Theologie en Religiewetenschappen (sinds 2011)

Sinds haar ontstaan in 1432 heeft onze faculteit steeds getracht om bij haar onderzoeks- en onderwijsopdracht in te spelen op de lokale en internationale context, en een evenwicht te vinden tussen academie, kerk en samenleving. Ook vandaag is dit het geval. Zo hebben we in de voorbije decennia, naast de klassieke rol voor filosofie, in ons theologische onderzoek en onderwijs ook ruimte gemaakt voor andere wetenschappelijke benaderingen van religie, voor kennismaking met andere godsdiensten en religieuze stromingen, en voor oecumenische en interreligieuze dialoog. Precies hierdoor zijn we in staat geweest om onze voortrekkersrol in het theologische landschap te vrijwaren en zelfs te versterken. Deze voor de theologie zo noodzakelijke interdisciplinariteit wordt duidelijk gesmaakt. Zowel qua onderzoekers als internationale studenten is onze faculteit er in de voorbije jaren op vooruitgegaan, terwijl het aandeel van Nederlandstalige studenten, mede door een groot aantal zij-instromers, op peil is gebleven.

 

De naamsverandering in 2011 kondigt dan ook niet zozeer een radicale koerswijziging van de faculteit aan. Integendeel, de nieuwe naam weerspiegelt precies waar we vandaag voor staan en welke programma’s we onze studenten en doctorandi aanbieden. Vanuit internationaal oogpunt is de naam (in vertaling: Faculty of Theology and Religious Studies) overigens een evidente en herkenbare keuze. Met de nieuwe naam blijven we hetzelfde sterke Leuvense merk uitdragen.