Algemene informatie
Organisatie van de bibliotheek
De leesruimten met boeken in openkast-opstelling zijn verspreid over vijf verdiepingen en zijn onderverdeeld in een algemene consultatieruimte en tien afdelingen. De signatuur (het boeknummer) wordt meestal voorafgegaan door een hoofdletter die verwijst naar de afdeling waar het boek is ondergebracht. In elke afdeling zijn de boeken en tijdschriften geclasseerd in een decimale opstelling van 0 tot 9. (schematische weergave)
Indien de hoofdletter ontbreekt of indien P is aangegeven, gaat het om een boek dat men moet aanvragen. Men doet dit door een aanwijskaart volledig in te vullen en aan de administratie af te geven. Het boek wordt dan door het personeel zo spoedig mogelijk gehaald en op de tafel voor de administratie gelegd (aangeduid met gele pijl). De preciosa-verzameling (code P), de gesloten magazijnen en de administratieve en technische ruimten zijn niet toegankelijk voor het publiek.
Op geregelde tijdstippen ontbreken recente jaargangen van tijdschriften die naar de boekbinder zijn gebracht. Een lijst met deze jaargangen hangt uit bij de administratie in de algemene consultatieruimte.
Gebruik van de collecties
De bibliotheek (1.020.000 banden) is opgevat als een presentiebibliotheek. Ontleningen worden in geen enkel geval toegestaan. In de openkast-opstelling kan de lezer zelf de boeken uit de rekken nemen en ter plaatse consulteren. Hij mag echter de boeken nooit zelf in de rekken terugplaatsen, maar dient ze te deponeren op de daartoe bestemde boekenwagentjes.Wie een werk wenst te raadplegen, moet steeds een 'aanwijskaart' volledig invullen. Men vindt deze op elke verdieping op de boekenwagentjes en bij de terminals. De aanwijskaart bestaat uit twee delen: het voorste deel, waarop men schrijft, en een kartonnen doorslag. Het eerste deel wordt in een plastic houder achtergelaten op de plaats in het rek waar men het boek heeft weggenomen. De doorslag moet zichtbaar in het boek gestoken worden. Boeken zonder aanwijskaart of met een onvoldoende ingevulde kaart zullen weggenomen en in het rek teruggeplaatst worden.Algemene referentiewerken moeten zo vlug mogelijk terug op de boekenwagentjes gelegd worden en mogen in geen geval naar een andere verdieping meegenomen worden. Kostbare boeken en werken van vóór 1800 (130.000 banden) kan men opvragen. Ze moeten in de algemene consultatieruimte geraadpleegd worden en elke dag vóór 17 uur bij het personeel weer ingeleverd worden. Het is niet toegelaten uit deze werken fotokopieën te maken. Het Archief Vaticanum II kan geraadpleegd worden na afspraak met Prof. M. Lamberigts. Dissertaties van de Faculteit Godgeleerdheid kunnen pas tien jaar na datum van indiening geraadpleegd worden, tenzij men hiervoor van de auteur of promotor schriftelijke toestemming heeft. Microfilms, microfiches, didactisch en audio- visueel materiaal moeten bij het personeel aangevraagd worden.
